Klaar met je werk of tijd voor het rekencircuit? Haal de Lego-stenen maar tevoorschijn!
Lego is niet alleen om mee te bouwen, maar ook het perfecte gereedschap om abstracte rekenconcepten tastbaar te maken. Van het ontwerpen van zwembaden voor de stad Bricksburg tot het visualiseren van breuken: met deze vijf werkvormen gaan leerlingen spelenderwijs aan de slag met meten, meetkunde en verhoudingen.
Vernieuwde werkvormen
1. Oppervlakte en omtrek in Bricksburg

In de stad Bricksburg moeten de terrasjes nog nauwkeurig worden ingemeten. De leerlingen berekenen de omtrek en de oppervlakte van deze terrasjes en noteren hun bevindingen op de gelamineerde werkkaart. Klaar? Dan pakken ze zelf de controlekaart om hun werk te controleren.
2. De architect van het zwembad

De burgemeester van Bricksburg heeft een nieuwe uitdaging: ontwerp een zwembad! De leerlingen krijgen de vrije hand in de vorm, zolang de oppervlakte maar exact voldoet aan de opdracht van de leerkracht. De extra uitdaging? Elk ontwerp moet een unieke omtrek hebben. Omdat elk zwembad er anders uitziet, is er bij deze opdracht geen vaste controlekaart.
3. Breuken op de bouwplaat
Lego is ideaal voor het domein Verhoudingen. Bij deze opdracht benoemen de kinderen de breuken die ze op de bouwplaat zien. De resultaten noteren ze op de werkkaart, die handig op de achterzijde van de bouwplaat bewaard kan worden.
4. Breuken bouwen en verdelen

Waar bij de vorige opdracht de breuken al vaststonden, gaan de leerlingen nu zelf aan de slag met het ‘geheel’. Op de opgavenkaart lezen ze hoe ze het geheel moeten verdelen. Tip: laat ze een afwijkende kleur gebruiken voor de breuk, zodat het verschil met de rest van het blokje direct zichtbaar is.
5. De meet-toren: Maten omrekenen

Of het nu gaat om lengte, gewicht, inhoud of bytes: met Lego maak je het omrekenen inzichtelijk. Gebruik 2×4 stenen die per twee op elkaar zijn geklikt en voorzie ze met plakband en een watervaste stift van verschillende maateenheden. De leerlingen klikken de stenen van laag naar hoog in de juiste volgorde in elkaar. De antwoorden staan op de achterkant van het opdrachtkaartje, zodat ze direct weten of hun toren klopt.
Je kunt deze werkvorm overigens ook weer toepassen bij breuken door de leerlingen ongelijknamige breuken gelijknamig te laten maken en ze de ordenen van klein naar groot.
Wat heb je nodig?- Lego bouwplaat
- Lego-stenen in diverse maten en kleuren
- Specifieke 2×4 stenen voor de omrekenopdracht
- Twee enveloppen voor de opgaven- en controlekaarten
Behalve een bouwplaat en wat Lego-stenen, heb je niet veel nodig. Wil je de werkvormen inzetten tijden een circuit of wil je meer kinderen tegelijkertijd aan het werk zetten, dan heb je natuurlijk meer stenen en bouwplaten nodig.
Tip: Ga je voor een breed aanbod in het circuit? Bekijk dan ook eens Kraak de code, de tafelblokjes en de tafeltorens als mogelijke werkvormen.