Kaarten goed geschud? Uitdelen maar. Vandaag een keer geen dictee, maar spelen de leerlingen het klankenkwartet.
’Heb jij van de au de pauw?’
Het koppelen van de juiste klank aan een woord is voor veel leerlingen een flinke uitdaging. Schrijf je astronaut met een au of een ou? En hoort paleis bij de ei of de ij? Door een kwartetspel in te zetten, moeten leerlingen de woorden niet alleen lezen, maar ook hardop uitspreken en categoriseren. Bovendien stimuleert dit de mondelinge taalvaardigheid; ze moeten immers aan hun klasgenoten vragen of zij een kaart uit de een bepaalde categorie hebben. Hierdoor wordt de koppeling tussen de klank en de visuele schrijfwijze keer op keer herhaald.
Kwartetten met klanken: Verzamel ze allemaal!
Laat je leerlingen elkaar uitdagen tijdens een fanatiek potje kwartet, terwijl ze ongemerkt de lastigste spellingcategorieën onder de knie krijgen. Waar een dictee soms voor spanning zorgt, brengt een kwartetspel juist plezier en interactie in de klas. Je kunt het klankenkwartet inzetten als werkje waarmee de kinderen aan de slag kunnen, wanneer ze een taak af hebben, of je integreert het spel in een circuit (i.c.m. klankenmemorie) of andere werkvorm.

Stel je eigen klankenkwartet samen
Het klankenkwartet bestaat uit maar liefst 24 verschillende klanken. Voor vrijwel alle klanken zijn er telkens twee setjes van vier kaarten. Je kunt als leerkracht dus zelf kiezen welke van de twee je gebruikt. Of je maakt twee kwartetspellen, zodat de leerlingen niet telkens dezelfde kaarten in handen hebben.
Door het uitgebreide aanbod aan klanken en kaartjes, kun je het spel volledig afstemmen op de methode waar je op dat moment mee werkt. Merk je dat de klas worstelt met de eeuw/ieuw/uw woorden? Stel dan een kwartet samen waarin deze klanken in elk geval terugkomen, aangevuld met klanken die je wilt herhalen.
Kortom, met het klankenkwartet verander je een droge spellingles in een sociaal en leerzaam spel. Wie haalt als eerste de meeste kwartetten binnen?