Spelenderwijs spelling oefenen in beweging. Maak postbezorgers van je leerlingen.

Zoek je een manier om spellinglessen leuker, actiever en effectiever te maken? Het Postbodespel tovert je klaslokaal of schoolplein om tot een levendige wijk vol brievenbussen. Terwijl leerlingen door de ruimte bewegen, zijn ze namelijk intensief bezig met het koppelen van klanken aan de juiste spelling. Een ideale mix van bewegend leren en herhaling!

De basis: Hoe werkt het?

De leerlingen gaan in tweetallen als postbezorgers aan de slag. In de ‘wijk’ staan unieke brievenbussen, die elk een specifieke klank vertegenwoordigen (bijvoorbeeld de ui, oe of ie). De duo’s halen eerst een kaart op bij de leerkracht, benoemen wat ze zien en schrijven het woord foutloos op de achterkant. Vervolgens zoeken ze de juiste brievenbus. Zodra de post is bezorgd, komen ze direct terug voor de volgende opdracht.

Variatie met afbeeldingen

Werken met bedrukte ansichtkaarten daagt de creativiteit uit. Hoewel afbeeldingen vaak gericht zijn op één categorie, verrassen kinderen je vaak met eigen associaties. Past een zelfbedacht woord daarnaast ook bij het leerdoel? Laat ze het dan vooral opschrijven!

Soms ontstaan er interessante discussies: moet de kaart met een ‘vliegtuig’ bijvoorbeeld in de bus van de ie of de ui? Dit soort keuzemomenten dwingt leerlingen om kritisch naar woordstructuren te kijken.

Kaarten postbodespel

Maximale flexibiliteit zonder afbeeldingen

Wil je meer vrijheid? Speel het spel dan zonder afbeeldingen, waardoor alle spellingregels toepasbaar zijn. Je kunt het loopspel bovendien al in de vroege fases van het leesproces inzetten met eenvoudige mkm-woorden (bijv. p-e-n). De leerkracht noemt een woord, waarna het tweetal dit op een blanco kaart schrijft en de bus zoekt.

Dit biedt ook dé kans om te differentiëren. Terwijl het ene tweetal het woord ‘boom’ bezorgt, stuur je de sterkere spellers juist op pad met een uitdagender woord als ‘boomhut’.

Controle en voorbereiding

Met een enthousiaste klas vliegen de kaarten door de ruimte. Omdat alle kaarten controleren onbegonnen werk is, kun je het beste kiezen voor een steekproef. Bespreek na afloop samen een paar kaarten uit verschillende bussen. Kortom: juist de ‘foutjes’ zijn waardevolle leermomenten voor de hele groep.

Tips voor de start:

  • Voorraad: Zorg voor voldoende materiaal. Voor 25 leerlingen heb je al snel 100 kaarten nodig. Gebruik bakjes o(of zelfs schoendozen) als brievenbus.
  • Duurzaamheid: Lamineer de kaarten! Zo kun je ze na het spel simpelweg schoonvegen en vaker gebruiken.
  • Focus: Print kaarten met lastige klanken extra vaak uit voor extra herhaling.

Veel plezier met bezorgen!

Download